selectie gevel crop

Herinrichting Centraal Museum 2011-2016

Toen het Centraal Museum Utrecht eind 2009 bureau Soda benaderde met de vraag een oplossing te bedenken voor de onduidelijke museumrouting en verdwalende bezoekers werd al snel duidelijk dat de oplossing niet bestond uit het aanbrengen van nieuwe bewegwijzering. Er was veel frictie ontstaan tussen het voeren van een modern museumbedrijf en het gebouwencomplex waarin het museum is gevestigd. Mogelijkheden tot verhuur en avondopenstelling waren zeer beperkt. Het complex was gesloten en naar binnen gericht en er werd nauwelijks gebruik gemaakt van het gemeenschappelijke tuingebied van museum en Nicolaikerk. De meest gehoorde klacht was echter dat bezoekers verdwaalden en na een bezoek geen idee hadden of zij alles gezien hadden. Besloten werd tot een brede aanpak, beginnend met een analyse van het gebouw, de omgeving en en de organisatie. Deze visie was het startpunt voor de herinrichting van het Centraal Museum. (zie ook Analyse Centraal Museum 2012 onderaan deze pagina) Het ontwerp en realisatie van de herinrichting is gedaan door SODA+, een samenwerking van Jorrit Noyons en Ronald Buïel van Soda met architecten Gabri Klarenbeek en Hagen Zeisberg.
>
CM De glazen brug met oa.Edwin Jacobs


Ontwerp


Het Centraal Museum is gehuisvest in een complex van verschillende bouwdelen. Verschillend in oorspronkelijke functie; een voormalig Middeleeuws klooster, een kapel, een cavaleriestal, een kindertehuis en een museum. Maar ook verschillend in stijl en periode van bouwen, van 1420 tot 1998. Gezamenlijk vertellen zij de geschiedenis van Utrecht vanaf de Middeleeuwen.
Elk bouwdeel heeft een eigen identiteit, een eigen geschiedenis en een eigen relatie met de omgeving en de stad Utrecht. Op zoek gaan naar de context per bouwdeel, deze karakteristieken versterken en uitvergroten is een van de uitgangspunten van het ontwerp geweest. Daarnaast zijn verbindingen tussen gebouwen benadrukt en is de zichtrelatie met de tuin versterkt. Bovendien zijn omgeving, historie en collectie geïntegreerd in het ontwerp. De binnentuin is daarin het hart van het complex en van de bezoekerservaring geworden. De tuin functioneert als oriëntatiepunt en verbindend element tussen de bouwdelen maar ook met de omgeving van het Museum. Er zijn nieuwe doorzichten ontworpen en alle bouwdelen zijn terug gebracht naar hun oorspronkelijk maaiveld.
5 pijlers

CMA5a Kapel met de winkel LR#2

Entree en Kapel

De entree van het museum is teruggebracht naar de Agnietenstraat. De ligging tegenover het Nijntjemuseum verbetert de verbinding tussen deze onderdelen van het museum. In de entreehal is de lift verplaatst naar het trappenhuis. Hierdoor is een helder kruispunt ontstaan waaraan de gevels van de voormalige kapel van het Agnietenklooster, de 1920 vleugel en de Refter zich manifesteren. De nieuwe open ruimte, van 12 meter hoog, functioneert als centraal oriëntatiepunt, maar is ook een nieuwe plek voor het tonen van kunst. De bestaande balkons zijn met eikenhout bekleed. De hardstenen vloer sluit aan bij het niveau en de materialisering van de kapel. En er is een extra doorgang naar de voormalige kapel gemaakt om de bezoeker bij binnenkomst naar de nieuwe winkel en kaartverkoop te sturen.
cma10-de-hal-van-boven-lr
Direct naast de entree bevindt zich de voormalige kapel van het Agnietenklooster. 
Dit is het start- en eindpunt van een bezoek aan het Centraal Museum met een winkel en kaartverkoop. Zoals bij alle ingrepen in het museum is de context van het betreffende bouwdeel als uitgangspunt genomen voor het ontwerp. Hier is het interieur sober om de schoonheid van de kapel te benadrukken. De bijbehorende bovenkapel is ingericht als een vrij toegankelijk informatie centrum.
CMA6 Kapel met de winkel2
De ranke wenteltrap die de beneden en bovenkapel met elkaar verbindt is in lijn met de gotische ‘naar de hemel reikende’ bouwstijl. Het technisch vernuft, dat een stuttende constructie overbodig maakt, zit ‘m in een loodzwaar verzonken contragewicht.
OLYMPUS DIGITAL CAMERA
In de als informatiecentrum ingerichte bovenkapel is op de akoustisch dempende achterwand een Utrechts draakje geprint; een eigen handschrift in middeleeuwse verluchtigingen die gemaakt zijn in Utrecht. 
cma9-kapel-met-de-winkel-lr
De afbeelding van Agnes in het hoge raamvlak is gemaakt door Freudenthal/Verhagen.
hellingbaan
In de aluminium hellingbaan in de entree zijn 3693 namen uitgespaard van kunstenaars wier werk is opgenomen in de collectie van het Centraal Museum.
8
Vitrines in de garderobe waarin stukken uit de mode- en kostuumcollectie worden getoond. 
Schermafbeelding 2016-07-14 om 10.20.47
fakebeeld_1px

Routing en expositieruimtes

Vanwege het doolhofachtige karakter van het museum konden bezoekers hun weg vaak niet vinden en verdwaalden zij voortdurend. Door enkele bouwkundige ingrepen, zoals het verplaatsen van de entree naar de oorspronkelijke positie tegenover het Nijntjemuseum aan de Agnietenstraat, en het verplaatsen van de lift uit de entreehal is er een vanzelfsprekend oriëntatiepunt ontstaan.
9
Vanuit de entreehal vertrekken nu twee circulaire hoofdroutes door het complex waardoor de routing inzichtelijk en leesbaar is geworden.
cma18-glazen-brug-lr

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Een andere belangrijke ingreep is een nieuwe volglazen brug, die de middeleeuwse vleugel verbindt met de expositieruimtes in de Stallen. Met deze overbrugging is korte metten gemaakt met de benauwde en verwarrende onderdoorgang langs het ‘Utrechtse Schip’. Er is een nieuwe standplaats gecreëerd die gelegenheid geeft tot oriëntatie en vooruitkijken. 
In één oogopslag wordt duidelijk dat het gebouw uit meerdere aan elkaar gekoppelde delen bestaat. 
OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Deze ervaring herhaalt zich in het centrale deel van de Stallen. De voormalige poorten zijn geopend waardoor er weer zicht is op tuin, Singel en kerk. En daarna nog eens in het nieuwe museum café aan het Nicolaikerkhof.
Het resultaat van deze ingrepen is dat de tuin als centraal oriëntatiepunt functioneert en houvast geeft aan de dwalende bezoeker. 
OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Daarnaast zijn bijna alle tentoonstellingsruimtes gerenoveerd, vergroot en voorzien van nieuwe verlichting.
OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Ook is er nieuwe tentoonstellingsruimte gecreëerd op de zolder etage van de 1920 vleugel en in de refter van de Middeleeuwse vleugel.
Schermafbeelding 2016-07-14 om 10.21.45
fakebeeld_1px

Café Centraal

Het museumcafe bevindt zich op de plaats van de voormalige entree, de moderne aanbouw uit 1998 door architect Stephane Beel. Om de ruimtelijkheid van het gebouw te optimaliseren is de tussenvloer verwijderd. De begane grond vloer is omhooggebracht naar tuinniveau voor een directe verbinding met de binnentuin. In het glas zijn PV-cellen aangebracht met een tweeledige functie. Ze produceren elektriciteit en filteren het invallende zonlicht.
cma22-museum-met-restaurantlr


cma29-restaurantlr
De lampen in Café Centraal zijn afkomstig uit ‘De Utrecht’, het hoofdgebouw van Levensverzekering Maatschappij ‘Utrecht’ van architect Jan Verheul (1902).
Een fraai voorbeeld van Jugendstil, dat in 1974 tegen de vlakte ging ten behoeve van de bouw van Hoog Catharijne. De sloop van De Utrecht staat voor veel Utrechters symbool voor het ‘trauma’ dat is aangericht met de sloop van de oude stadscentrum. De lampen maken deel uit van de museumcollectie. Als een formatie ruimteschepen zijn ze horizontaal aan het plafond gehangen.
Soda+Premsela1
De prints op de tafelbladen zijn van stofsamples van Benno Premsela, proeven voor tafellinnen dat hij in de 50-er jaren voor de Bijenkorf heeft ontworpen. Ook deze komen uit de collectie.
fakebeeld_1px

Tuinzaal

In de voormalige werkplaats, direct toegankelijk vanuit de Nicolaasdwarsstraat, zijn twee comfortabele zalen gerealiseerd, geschikt voor lezingen, colleges en openingen.
CM Ingang Tuinzaal
Doordat de Tuinzaal in de ‘buitenschil’ van het museum is geplaatst is het nu ook mogelijk om te exploiteren buiten de algemene openingstijden.
11 Centraal Museum:Tuinzaal ©Ivar Pel
OLYMPUS DIGITAL CAMERA
cavaleriefoto
De militaire achtergrond van het gebouw als caveleriestal is gebruikt als inspiratiebron voor het ontwerp.
Schermafbeelding 2016-07-14 om 10.22.00
fakebeeld_1px

Tuin

De ingrijpende verbouwing maakte een nieuw ontwerp van de tuin noodzakelijk. Voorheen bestond de tuin uit verschillende delen die niet automatisch uitnodigend of toegankelijk waren. Het Centraal Museum en de Nikolaikerk willen gezamenlijk de nieuwe tuin kunnen gebruiken. Dit betekent dat de tuin bestand moeten zijn tegen openingen, concerten, recreërende museumbezoekers, etc.. Binnen het complex van museum en kerk ligt nu een open, groene ruimte waarin beplantingsvakken en bomen zijn zo gepositioneerd dat zij een bijdrage leveren aan de beleving van de verschillende tuindelen en haar aangrenzende bebouwing. Door middel van drie beplantingslagen is geprobeerd de eigenheid van de museumtuin voor de bezoeker tastbaar te maken. De onderste laag vormt het gazon. Dit kamerbrede groene tapijt ligt van plint tot plint en verbindt de gebouwen onderling, maakt het tot een geheel. In het verleden, toen het hele gebied rond de kerk als begraafplaats diende, bestond dit uit een grasvlakte beplant met bomen met daarbinnen een allegorie aan graven gerangschikt in de lengte van de kerk. 
cma21-tuin-richting-tuinzaal-lr

cma12-borders-in-de-tuin-lr
De middelste laag vormen de borders met vasteplanten. Zij liggen op verschillende plaatsen geschakeld aan de gebouwen. De bovenste laag vormen de bomen. Zij begrenzen en geven vorm aan de binnenruimte van de museumtuin. Hun groeiwijze (elegant en lieflijk), bloemvorm en kleur (verfijnd en over het algemeen wit) en bloemgeur maken de tuinruimte tastbaar voor verschillende zintuigen. De nieuw aangeplante bomen dragen, voor zover het mogelijk was, bij aan wat voor een een lusthoftuin of hortus conclusus gewenst was. Ze zijn uitgekozen op lieflijke -witte- bloesem, bloemgeur en het dragen van vruchten.
meister2
Planten die daadwerkelijk in middeleeuwse kloostertuinen gestaan hebben stonden dicht bij de natuur, hadden vaak een geringe esthetische waarde en werden punctueel verzorgt. 
Ze zijn moeilijk in te passen in een moderne tuin daarom is voor de beplanting van de huidige borders gekozen voor planten met duidelijke iconografische ‘roots’ of een habitat die aansluit bij de christelijke symboliek. 
Schermafbeelding 2016-07-14 om 10.38.05
fakebeeld_1px

Analyse Centraal Museum 2012

Startpunt voor het ontwerp en realisering van de herinrichting voor het Centraal Museum in 2013 was de eerder door Soda en het Centraal Museum ontwikkelde visie zoals dit is neergelegd in het bidboek uit 2012. 
Na een grondige gezamenlijk uitgevoerde analyse van gebouw, omgeving en organisatie vormden de volgende conclusies de basis voor de in 2016 voltooide herinrichting.

– De tuin wordt ingezet als orientatiepunt en verblijfsplek voor de bezoeker

– De routing moet vanzelfsprekend worden.

– De zichtbaarheid van het museum moet verbeterd worden.

– De bezoekersruimtes worden verplaatst naar de randen van het gebouwencomplex zodat deze afzonderlijk gebruikt kunnen worden. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid om breder te programmeren en te verhuren.

– Het gebouw maakt een verbinding met zijn omgeving door het creëren van doorzichten en verplaatsen van entrees.

– De hoofdentree wordt verplaatst naar de Agnietenstraat tegenover het Nijntjemuseum zodat de zichtbaarheid verbetert en faciliteiten gedeeld kunnen worden.

– Het Centraal Museum staat niet op zichzelf maar wordt ingepast in de (toekomstige) stedelijke omgeving. De komst van het nieuwe station Vaartse Rijn gaat een impuls geven aan het museumkwartier. Het museum wil in de routing naar het station een sterke positie gaan innemen.

– Monumentale ruimtes die niet te klimatiseren zijn worden ingezet als bezoekersruimte. Vrijgekomen ruimtes worden waar mogelijk omgebouwd naar tentoonstellingsruimte. 
Schermafbeelding 2016-05-06 om 08.22.55


Schermafbeelding 2016-05-06 om 08.23.10

Schermafbeelding 2016-05-06 om 08.50.25