nl / en

Museum Ostwall (DU)

Nadat Soda het Museum Ostwall - gesitueerd in de Dortmunder U (DU) - renoveerde en ook de gezamenlijke tentoonstellingsruimte van de DU (de 'Oberlichtsaal', 1.200 m2), ontwierp en ontwerpt Soda voor het museum diverse tentoonstellingen waaronder de (her)openingstentoonstelling 'Body & Soul'. In 2019 opende 'Ein Gefühl von Sommer' en in april 2022 'Flowers!'. Momenteel werkt Soda met de curator aan de volgende collectietentoonstelling, 'Re-reading MO'. Deze opent januari 2023.

'Re-reading MO (Museum Ostwall)', 2023-2025

De eerstvolgende collectietentoonstelling, die opent in januari 2023, is getiteld ‘Re-reading MO’ en wordt samengesteld door curator Dr. Nicole Grothe. ‘Re-reading MO’ blijft drie jaar staan en beslaat het volledige museum. Met deze tentoonstelling wil het museum haar eigen geschiedenis onderzoeken in de context van de huidige debatten over actueel museumwerk. Belangrijke onderwerpen zijn de collectie-opbouw, kunsteducatie en doelgroepenbereik. Daarbij worden ook kansen voor de toekomst onderzocht. De komende maanden werkt Soda samen met curator Nicole Groth aan het verder definiëren van de tentoonstelling en het ontwerp. Kernvraag voor Soda daarbij is hoe de uiteenlopende werken visueel sterk én inhoudelijk helder voor bezoekers gepresenteerd kunnen worden. Hoe laat je bijvoorbeeld de context van Fluxus werken 60 jaar na dato op een aansprekende manier zien? Een interessante ontwerpopgave!

 

 

'Flowers!', 2022

Met ‘Flowers!’ worden in de ‘Oberlichtsaal’  nog tot en met september van dit jaar 180 werken getoond met de bloem in de hoofdrol. De tentoonstelling belicht hoe 50 moderne en hedendaagse kunstenaars - zoals Renate Bertlmann, Fischli/Weiss, David Hockney, Robert Mapplethorpe, Meret Oppenheim, Marc Quin, Dong Quynh, Odilon Redon, Gerhard Richter, Pipilotto Rist, Martha Rosler, Hito Steyerl, Anaïs Tondeur en Andy Warhol - de bloem in hun werk aanwenden voor thema’s als persoonlijk verlies, feminisme en milieu.

Soda maakte voor ‘Flowers!’ het ontwerp. Samen met de curatoren Regina Selter en Stefanie Sweisshorn-Ponert, trok Soda (met Caro Delsing) nauw op om te komen tot een visueel sterke tentoonstelling met een heldere scenografie. Inhoudelijk ging de samenwerking diep: Soda hielp de thematiek toe te spitsen, bracht extra werken in en scherpte de selectie op punten aan. In goede samenspraak ontwikkelde Soda de plattegrond inclusief de exacte volgorde en locatie van alle werken.

Gradiënts
De kern van het ontwerp van Soda is de toepassing van een aantal grote gradiënts op de wanden. Het uitgangspunt hiervoor was het kleurenverloop zoals we dat vaak aantreffen in bloemblaadjes. De gradiënts gaan door hun schaal en impact een gelijkwaardige dialoog aan met de architectuur van de Dortmunder U: het massieve gebouw en de - vaak kleine - werken worden met elkaar verbonden De gradiënts zetten als vanzelf bezoekers aan tot beweging hetgeen leidt tot een duidelijke routing. Inhoudelijk zorgen de gradiënts voor samenhang in een tentoonstelling die bestaat uit uiteenlopende werken: zij accentueren de diverse thema’s én hebben een ondersteunend effect op de individuele werken. Doordat de gradiënts een langzaam verloop hebben, heeft de achtergrond altijd één kleur als de bezoeker voor een werk staat. Dit biedt alle ruimte voor focus op de werken zelf (onderstaande foto: Roland Baege).

 

De tentoonstelling
De tentoonstelling start met enkele expressionistische werken. Een terra-kleurige wand ondersteunt hier de thematiek - de weergave van de bloem als persoonlijke, innerlijke expressie - en verenigt de werken. Vervolgens wordt het oog getrokken naar een lange wand waarop de eerste gradiënt is aangebracht: als vanzelfsprekend volgt de bezoeker deze wand waarmee de routing wordt ingezet. Deze wand volgend, betreedt de bezoeker de tweede ruimte en ziet dat het kleurverloop de verbinding maakt met het keramische werk van Quynh Dong, ‘Tears of a Swan’.

 

Het kleurenpalet schakelt verderop over in roze bij werken rondom het thema feminisme en maatschappij. In dit tweede deel van de tentoonstelling treft de bezoeker een opvallende gradiënt aan. Het verloop hiervan, van diep rood naar zwart, is aangebracht rondom een grote installatie van Annette Bertlmann. Dit werk bestaat uit tientallen glazen rode rozen die in het gelid gespietst staan op lange metalen messen. Met instemming van Bertlmann gaat de gradiënt hier een directe symbiose aan met het werk.

 

Verderop in de tentoonstelling gebeurt hetzelfde met een meterslange reeks foto-afdrukken van Anaïs Tondeur, ‘The Chernobyl Herbarium’. Deze reeks hangt tegen een koele, metalige gradiënt. Ook hier versterkt de gradiënt het werk dat bestaat uit rayogrammen die elk opvolgend jaar na de kernramp zijn gemaakt: directe afdrukken op gevoelige glasplaten van planten die groeien in de ‘exclusion zone’ van Tsjernobyl. (bovenstaande foto: Roland Baege)

 

Het derde en laatste thema van de tentoonstelling toont werken rondom het thema Milieu. De donkerblauwe wanden bieden hier tegenwicht aan krachtige, maar ook meer duistere werken van o.a. Marc Quin, David Hockney en Andreas Gursky. De tentoonstelling eindigt met een grote installatie van Hito Steyerl, gesitueerd in een hoog omsloten donkere ruimte. Uiteindelijk verlaat de bezoeker de tentoonstelling weer via de lichte entreeruimte waar op de lange wand achter de balie een kleurrijke plot te zien is van een werk van Fischli/Weiss - tevens onderdeel van de tentoonstelling.

Onderstaande foto's: Roland Baege

 
 
 
 

 

'Body & Soul', 2020-2022

In de tentoonstelling ‘Body & Soul’ wordt met moderne en hedendaagse werken ingegaan op het menselijk lichaam en wordt de relatie tot voedsel, kleding, beweging, geloof, hoop, angst en sterfelijkheid onder de loep genomen. Curator Dr. Nicole Grothe nodigde Soda uit om voor deze tentoonstelling een scenografie en ontwerp te ontwikkelen. In nauwe dialoog werkte Soda dit uit in een plattegrond en scenografie.

 

Soda koos voor kleur als de belangrijkste drager van het verhaal ‘Body & Soul’ dat in een aantal opeenvolgende thema’s wordt verteld. Inhoud en kleur liggen na bij elkaar. De tentoonstelling start met het thema Het Naakte Lichaam, ‘Body’. Een zachte huidskleur op de wanden leidt de bezoeker hier rustig de tentoonstelling binnen. Wanneer het verhaal verder gaat over ‘eten en vertering’, verschijnt een sterk vergrijsd roze op de muren dat niet alleen het deelthema ondersteunt, maar ook individuele werken zoals van Dieter Roth (met schimmels in de hoofdrol).

 
 

Vervolgens komt de bezoeker in de zogenaamde Flux-Inn (naar een idee van Caro Delsing): een metershoge ruimte die Soda uitvoerde in zwart-wit met knalroze accenten. Deze ruimte is bestemd voor actie, tekenen, chillen, lezen en toont ook een aantal interactieve werken zoals van Edwin Wurm. Soda benadrukt in deze Flux-Inn enerzijds het informele karakter van deze ruimte - door middel van een groot kleed en zitzakken -, en anderzijds de dynamiek - door de hele ruimte te overspannen met neonroze koorden. Deze koorden hebben nog een extra functie: zij accentueren de hoogte van de ruimte én verbinden de twee etages van het museum. Een andere toevoeging is dat Soda op een grote zwarte wand door kunstenaar Cathy la Rocca gefotografeerde handen plaatste met daaronder een citaat (een statement van actie én contemplatie) gekoppeld aan een activiteit.

Na het verlaten van de Flux-Inn, gaat de tentoonstelling verder met het thema ‘Soul’: het innerlijke. Als eerste zijn hier expressionistische schilderijen te zien waarin kunstenaars hun persoonlijke beleving van de natuur wilden uitdrukken. Soda koos hier voor aardebruine wanden. Vervolgens worden werken getoond die handelen over angst, pijn en terreur. De wanden zijn hier bloedrood. Hierna gaat de tentoonstelling verder met werken rondom religie, verdriet, rouw, meditatie en hoop in een witte ruimte. Het laatste deel zoomt in op liefde, vriendschap, familie en intimitiet: de muren zijn in dit gedeelte heel licht roze.

 

 

‘Ein Gefühl von Sommer’, i.s.m. Museum Singer, 2019

De tentoonstelling  ‘Ein Gefühl von Sommer’, gesitueerd in de ‘Oberlichtsaal’, toonde met circa 120 werken uit de Singer Collectie Laren een representatief overzicht van de Nederlandse schilderkunst uit de laat negentiende en vroeg twintigste eeuw: met schilders uit de School van Barbizon, Haagse School, Amsterdams Impressionisme en destijds actuele stromingen zoals pointillisme en kubisme. Te zien waren werken van o.a. George Hendrik Breitner, Isaac Israëls, Jacob Maris, Bart van der Leck en Jan Sluijters.

 

Ook werd er aandacht besteed aan het Amerikaanse verzamelaarsechtpaar Anna Singer-Brugh en William Henry Singer. De tentoonstelling van Museum Ostwall in de Dortmunder U was onderdeel van een grootschalig samenwerking en uitwisseling van collecties. Een deel van de expressionistische collectie van Museum Ostwall was in Laren te zien. Curatoren: Regina Selter en Anne van Lienden.

 

Gezien de relatieve onbekendheid in Duitsland met het Singer Museum en het voormalige kunstenaarsdorp Laren, stelde Soda voor om de - vaak klein formaat - werken door middel van uitvergrote ansichtkaarten en foto's uit de desbetreffende periode in een visuele context te plaatsten. Op die manier zette Soda een beleefbaar beeld neer van Laren en omgeving. Laren, omringd door fraaie heidevelden, trok destijds veel kunstenaars uit vooral Amsterdam aan. Zij schilderden het dorp, de natuur en de lokale bewoners en zorgden met hun aanwezigheid voor atmosfeer en dynamiek. Met hun komst werd een tramverbinding aangelegd en verrezen landhuizen. Al deze onderwerpen komen terug in de kunstwerken uit die periode. Afgeleid van een aantal van deze werken, koos Soda het kleurenpalet voor de wanden dat vooral bestond uit blauwen en groenen.

 
 
 
 

'